Meteen naar de content

Zoeken

Menu

Winkelwagen

Jouw winkelwagen is leeg

Verder winkelen

Wanneer een tekenbeet bepaalt wat er op tafel komt

Een tekenbeet kennen we vooral van de ziekte van Lyme. Veel minder bekend is dat zo’n beet in zeldzame gevallen ook een allergie voor vlees van zoogdieren kan veroorzaken. Het verhaal begint niet in de maag, maar in de huid.

 

Waarom ik bleef hangen bij een artikel over vleesallergie

Als huidtherapeut zie ik geregeld hoe een allergische reactie zich aan de buitenkant van het lichaam kenbaar maakt. Rode vlekken, jeuk, galbulten en zwelling zijn zichtbare tekenen van een afweersysteem dat in actie komt. Soms blijft het bij de huid. Een ernstigere reactie kan ook de darmen, luchtwegen en bloedsomloop raken.

Daarom bleef ik hangen bij een artikel over een weinig bekende allergie: een reactie op vlees van zoogdieren die kan ontstaan na een tekenbeet.

Ik had er niet eerder van gehoord. Vlees maakt al duizenden jaren deel uit van het menselijke voedingspatroon. Dat iemand allergisch kan reageren op pinda’s, pollen of katten is inmiddels vertrouwd. Dat een karbonade of gehaktbal na een tekenbeet opeens klachten kan veroorzaken, klinkt minder vanzelfsprekend.

Toch is het verschijnsel goed gedocumenteerd. Het heet het alpha-gal-syndroom. Het is zeldzaam, maar wetenschappelijk bijzonder, omdat de allergie niet begint in de mond of in de darm. De eerste stap vindt plaats in de huid.

 

Eerst de verhoudingen

De teek kennen we in Nederland vooral als mogelijke overbrenger van de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Jaarlijks lopen mensen in Nederland naar schatting 1,5 miljoen tekenbeten op. Ongeveer 2 op de 100 mensen krijgen na een tekenbeet de ziekte van Lyme. Dat zijn circa 27.000 mensen per jaar.

Daarmee is Lyme na een tekenbeet een veel groter en beter vastgesteld risico dan het alpha-gal-syndroom.

Hoe vaak deze vleesallergie precies in Nederland voorkomt, weten we niet. Er is geen landelijke registratie waarmee het aantal patiënten betrouwbaar kan worden vastgesteld. Bovendien is er een verschil tussen mensen bij wie antistoffen tegen alpha-gal worden gevonden en mensen die na het eten daadwerkelijk klachten krijgen.

Het aantreffen van antistoffen heet sensibilisatie. Van het alpha-gal-syndroom wordt pas gesproken wanneer iemand ook passende allergische klachten heeft. Daardoor vertellen onderzoeken naar antistoffen niet automatisch hoeveel mensen werkelijk ziek zijn.

De aandoening geldt daarom als zeldzaam en mogelijk onderkend. Dat laatste betekent niet dat zij snel algemeen wordt, maar dat de diagnose soms wordt gemist. De klachten ontstaan vaak pas uren na een maaltijd, waardoor de relatie met vlees niet direct voor de hand ligt.

 

Het lichaam reageert niet op ‘vlees’

De naam vleesallergie is begrijpelijk, maar niet helemaal nauwkeurig. Het immuunsysteem reageert niet op vlees als gerecht. Het reageert op alpha-gal, voluit galactose-alfa-1,3-galactose.

Alpha-gal is een suikermolecuul dat voorkomt in de weefsels van de meeste zoogdieren. Runderen, varkens, schapen, herten en konijnen dragen het bij zich. Mensen maken het molecuul zelf niet aan. Vogels en vissen evenmin.

Daarom kunnen kip, kalkoen en vis doorgaans wel worden gegeten door mensen met het alpha-gal-syndroom. Rund-, varkens-, lams- en hertenvlees kunnen wel klachten veroorzaken. Sommige mensen reageren daarnaast op orgaanvlees, gelatine, dierlijk vet of zuivel. Dat verschilt per persoon.

 

Een verkeerde herinnering van het afweersysteem

Een tekenbeet is voor het lichaam niet zonder betekenis. De huid wordt beschadigd en komt in aanraking met lichaamsvreemde stoffen. Het immuunsysteem reageert daar terecht op.

Tijdens het bloedzuigen brengt de teek speeksel in de huid. Dat speeksel bevat stoffen die onder meer de bloedstolling en de plaatselijke afweer beïnvloeden. Hierdoor kan de teek enige tijd blijven zitten zonder onmiddellijk te worden opgemerkt.

Bij sommige mensen ontstaat tijdens of na zo’n beet een allergische gevoeligheid voor alpha-gal. Het afweersysteem gaat dan IgE-antistoffen tegen het molecuul maken. IgE is een type antistof dat betrokken is bij allergische reacties.

Bij het alpha-gal-syndroom lijkt het afweersysteem alpha-gal te verbinden aan de dreiging die van de beet uitgaat. Een op zichzelf onschuldig suikermolecuul wordt zo onderdeel van de immunologische herinnering aan een mogelijk gevaarlijke gebeurtenis.

Wanneer alpha-gal later opnieuw het lichaam binnenkomt, bijvoorbeeld via rund-, varkens- of lamsvlees, kan de afweer reageren. Afweercellen geven dan onder meer histamine af. Dat kan leiden tot jeuk, galbulten, zwelling, buikklachten of benauwdheid.

 

Waar komt de alpha-gal tijdens de beet vandaan?

Dat mechanisme is nog niet tot in detail opgehelderd. Een voor de hand liggende verklaring is dat een teek alpha-gal opneemt tijdens eerdere bloedmaaltijden bij zoogdieren. Teken voeden zich immers met het bloed van onder meer muizen, herten, honden en andere dieren.

Waarschijnlijk is dat niet het hele verhaal. Onderzoekers hebben alpha-galachtige structuren ook aangetroffen in teken en in hun afscheidingen. Mogelijk kunnen teken deze structuren zelf vormen of verwerken. Ook micro-organismen die in de teek leven, zouden daarbij een rol kunnen spelen.

Over de precieze herkomst bestaat nog discussie. Over de hoofdzaak is meer duidelijkheid: tekenbeten kunnen bij sommige mensen de aanmaak van IgE-antistoffen tegen alpha-gal op gang brengen. Waarschijnlijk is juist de combinatie van een beschadigde huid, alpha-gal en het afweerbeïnvloedende tekenspeeksel van belang.

 

Een allergische reactie met vertraging

Nog een bijzonder kenmerk is de vertraging. Bij veel voedselallergieën ontstaan klachten kort na het eten. Bij het alpha-gal-syndroom gebeurt dat meestal pas enkele uren later.

Iemand kan ’s avonds vlees eten en pas later in de nacht wakker worden met galbulten, zwelling, buikpijn, misselijkheid of diarree. In ernstigere gevallen kunnen benauwdheid, duizeligheid of een zware allergische reactie optreden.

Door die vertraging wordt het verband met de maaltijd niet altijd meteen gelegd. Ook kunnen alcohol, lichamelijke inspanning en bepaalde medicijnen de ernst van een reactie beïnvloeden. Daardoor kan een maaltijd de ene keer nauwelijks klachten geven en op een ander moment wel.

De diagnose kan daarom niet alleen op een bloedtest worden gebaseerd. Het klachtenpatroon, het tijdstip van de reactie, eerdere tekenbeten en aantoonbare IgE-antistoffen tegen alpha-gal moeten bij elkaar passen. De beoordeling hoort thuis bij een arts of allergoloog.

 

De huid als beginpunt

Het alpha-gal-syndroom is interessant omdat het een groter verhaal vertelt over de huid. De huid is niet alleen een afsluitende laag rond het lichaam. Zij is ook een actief onderdeel van het immuunsysteem.

In de huid wordt voortdurend onderscheid gemaakt tussen onschuldige prikkels en mogelijk gevaar. Meestal gebeurt dat nauwkeurig. Soms wordt een verkeerde koppeling opgeslagen en blijft het afweersysteem reageren op iets wat op zichzelf geen bedreiging vormt.

Een nauwelijks merkbare beet kan zo gevolgen krijgen die zich pas veel later en op een heel andere plaats in het lichaam laten zien.

 

Wat te doen bij een tekenbeet?

Hoe verwijder je een teek?

Verwijder de teek zo snel mogelijk. Gebruik een puntig pincet of een tekenverwijderaar. Pak de teek zo dicht mogelijk op de huid vast en trek hem rustig uit de huid. Gebruik je een speciale tekentang of tekenkaart, volg dan de bijbehorende gebruiksaanwijzing.

Gebruik vóór het verwijderen geen alcohol, olie, zeep, vaseline of jodium. Daarmee laat de teek niet beter los. Na het verwijderen kun je het beetplekje eventueel schoonmaken met alcohol of jodium.

 

Wat doe je na het verwijderen?

Noteer de datum en de plaats van de beet op het lichaam. Een foto kan handig zijn om veranderingen later te vergelijken. Controleer meteen ook de rest van de huid, omdat er meer dan één teek aanwezig kan zijn.

Een klein rood plekje direct na de beet is meestal een normale reactie van de huid. Het blijft doorgaans klein en verdwijnt binnen enkele dagen. Dat betekent niet automatisch dat je de ziekte van Lyme hebt.

 

Wanneer neem je contact op met de huisarts?

Neem contact op met de huisarts wanneer:

  • het niet lukt om de teek te verwijderen;
  • de teek waarschijnlijk langer dan 24 uur heeft vastgezeten;
  • er in de dagen of weken na de beet een rode of donkerpaarse vlek of ring ontstaat die steeds groter wordt;
  • je na de beet klachten krijgt zoals koorts, hoofdpijn, spier- of gewrichtspijn, een ziek gevoel, tintelingen of minder kracht;
  • je na het eten van producten van zoogdieren herhaaldelijk last krijgt van galbulten, zwelling, buikklachten of benauwdheid.

Vertel de huisarts dat je door een teek bent gebeten, ook wanneer de klachten pas weken of maanden later ontstaan.

 

Is bij Lyme altijd een rode kring zichtbaar?

Nee. De bekende rode ring kan ontstaan, maar de huidafwijking kan ook bestaan uit een egaal rode of donkerpaarse vlek die geleidelijk groter wordt. De vlek kan op de plaats van de beet zitten, maar ook ergens anders op het lichaam.

Niet iedereen met de ziekte van Lyme krijgt een herkenbare huidafwijking. Wacht daarom niet uitsluitend op een perfecte kring wanneer je je na een tekenbeet ziek gaat voelen.

 

Zijn preventief antibiotica nodig?

Heeft de teek minder dan 24 uur vastgezeten, dan zijn preventieve antibiotica meestal niet nodig. Blijf daarna wel letten op klachten die bij de ziekte van Lyme kunnen passen.

Denk je dat de teek langer dan 24 uur heeft vastgezeten? Neem dan contact op met de huisarts. In overleg kan worden gekozen voor controle op klachten of voor een eenmalige preventieve dosis antibiotica. Deze behandeling moet kort na het verwijderen worden gegeven en is niet voor iedereen geschikt.

 

Teken voorkomen

Teken leven niet alleen in bossen. Ze komen ook voor in duinen, heide, parken, tuinen, hoog gras, struiken en tussen afgevallen bladeren. Ze zitten meestal laag bij de grond en vallen niet uit bomen.

  • Blijf tijdens wandelingen zo veel mogelijk op de paden.
  • Vermijd direct contact met hoog gras en struiken.
  • Draag gesloten schoenen en bedekkende kleding.
  • Draag bij voorkeur lichtgekleurde kleding, zodat een lopende teek beter zichtbaar is.
  • Gebruik zo nodig een insectenwerend middel met DEET op onbedekte huid.
  • Controleer na verblijf in het groen de hele huid.

Kijk extra goed in de knieholten, liezen, oksels, bilspleet, rond de taille, achter de oren en langs de haargrens. Controleer bij kinderen ook zorgvuldig het hoofd en de nek.

 

Geen reden om de natuur te vermijden

Het alpha-gal-syndroom is vooral een opmerkelijk biologisch verschijnsel. Het komt veel minder vaak voor dan de ziekte van Lyme en na de meeste tekenbeten ontstaat geen van beide aandoeningen.

Een wandeling door het bos, een middag in de tuin of een vakantie in de natuur hoeft niemand te vermijden. De praktischste bescherming is eenvoudig: controleer de huid, verwijder een teek zo snel mogelijk en noteer de datum.

Soms ligt goede preventie niet in ingewikkelde maatregelen, maar in de gewoonte om na een dag in het groen even goed te kijken.


Literatuur

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Taal

Taal